Categorie archief: Hoofdartikel

De staat van de kerk

De afgelopen vier jaren heb ik mij vol enthousiasme ingezet voor de Nederlandse Kerk/Dutch Church in Londen, en voor de diverse organisaties die de kerk als hun thuis beschouwen. De activiteiten die in de kerk plaatsvinden zijn buitengewoon divers. De kerk is mede daardoor geworden tot de centrale plek van ontmoeting en inspiratie voor veel Nederlanders in Londen, kerkelijk of niet. Wordt hier de kerk van de toekomst vormgegeven?

Een Britse visie op het predikantschap
In Londen heb ik alle ruimte gekregen om vorm en inhoud te geven aan deze vernieuwing. Ik liet mij daarbij inspireren door het Britse begrip van het predikantschap. In het Verenigd Koninkrijk is de predikant nog steeds werkzaam in het hart van de samenleving. Hij/zij is er voor iedereen die een beroep op hem/haar doet, kerkelijk of niet. De predikant is kortom een publiek figuur die zich overal laat zien en aanspreken. De Britse context (die ook invloed heeft op de Nederlanders die er wonen) bood mij de kans om er voor de brede Nederlandse gemeenschap in Londen te zijn. Ik liet mij zoveel mogelijk zien bij activiteiten die door verschillende Nederlandse organisaties georganiseerd werden. Er bleek grote waardering te zijn voor deze invulling van mijn rol. Ik werd opgemerkt en steeds vaker uitgenodigd. Blijkbaar heeft de predikant nog een functie te vervullen, ook onder niet-kerkelijken en op plekken die je niet direct zou koppelen aan een kerk of predikant. Op al de plekken waar ik kwam sprak ik met honderden mensen. En niet zelden maakte ik een vervolgafspraak met iemand om in alle rust door te praten. Ik rekende uit dat ik met ruim driehonderd ‘buitenkerkelijken’ de afgelopen jaren afspraken heb gemaakt. Deze gesprekken toonden mij de relevantie en het belang van de functie van de predikant. Het zijn namelijk gesprekken die je niet met een psycholoog of coach voert, maar ook niet met een vriend. De vertrouwelijkheid is heel belangrijk, en de kwetsbaarheid die getoond mag worden. En het viel mij op hoezeer men ook behoefte heeft aan duiding, en aan richting geven. En dat men het haast van mij verwacht dat ik een bijbels verhaal tijdens het gesprek inbreng, juist ter duiding en als richting gevend. Deze mensen zie ik af en toe terug bij een activiteit die ik organiseer, een gespreksgroep, en minder vaak bij een kerkdienst. En het blijft trouwens vaak bij een paar gesprekken, al blijven we met elkaar in contact via mail en social media.

Een balans
Het is tijd voor een balans, na vier jaren. Hoe ziet de gemeenschap rondom Austin Friars er nu uit? De kerk is een plek waar iedereen zich welkom voelt, op zondag en door de week. Er is geen controle of dwang. Is het te open geworden, en te weinig gemeenschapsvormend? Sommigen hebben deze zorg geuit. Ik ben in ieder geval bemoedigd door mijn ervaringen in Londen. Ik heb ervaren dat er wel degelijk nog een opdracht en een taak voor de kerken is. En het heeft mij ervan overtuigd dat er juist nu een plek nodig is in het hart van de samenleving waar men elkaar ontmoet en inspireert. Ik ben buitengewoon dankbaar dat ik mij hiervoor heb mogen inzetten de afgelopen vier jaren, en dank de kerkenraad en u allen voor de vrijheid en het vertrouwen dat ik heb mogen ervaren!

Ds. Joost Röselaers

Verspijkerd en verzaagd

Onder deze titel presenteerde Het Noordbrabants Museum in ’s Hertogenbosch dit voorjaar een intrigerende tentoonstelling over het hergebruik van heiligenbeelden in de Nederlandse beeldhouwkunst. De gipsen heiligenbeelden die zo lang de kerken en de woningen van de Nederlandse rooms-katholieken hebben gesierd, maar in de afgelopen vijftig jaar in onbruik zijn geraakt en massaal zijn weggedaan, worden vanaf de jaren zestig door kunstenaars naar hun atelier gebracht en onder handen genomen. Wat doen ze er mee? Is het blasfemie of beeldhouwkunst, ramkoers of redding, ergernis of eerbetoon?

Onder de vele bijdragen aan de tentoonstelling neemt de Bosschenaar Jacques Frenken een exemplarische plaats in. Tot dan toe een bekende glazenier die gere-geld in opdracht van de kerk had gewerkt, neemt hij afgedankte heiligenbeelden mee naar zijn atelier. Daar worden zij verzaagd, doorboord, beplakt, geassembleerd. Zo creëert hij met de restanten van de neogotiek, de erfenis van de katholieke emanci-patie, een nieuwe beeldtaal met pop art-achtige elementen. Hij wordt erom be-schimpt, van blasfemie beschuldigd. Hij pareert: ‘Ik wist veel te goed wat die beelden betekenden. Als ik ze in brokken zaagde en de stukken tot nieuwe beelden rang-schikte, ontstond er vanzelf ook een andere betekenis. Zo bewerkte ik een Piëta (Ma-ria met de dode Jezus op haar schoot) met 365 spijkers. De smarten van Maria, alle dagen van het jaar dat zij de toekomst van haar Kind voorvoelt, dat soort vroom ge-praat – het werd ineens weer zichtbaar.’ Frenken heeft daarmee een diepere laag in de gipsen beelden aangeboord, een laag die katholieken in de jaren zestig, ortho-doxen en modernen, niet meer opmerkten.

De huidige bisschop van Den Bosch, dr. Gerard de Korte, reageert kenmerkend voor onze tijd: ‘Kunst mag heilzame verwarring stichten. Mensen mogen worden uitge-daagd. Sommige gelovigen zullen geschokt zijn door al die spijkers in de Piëta van Jacques Frenken. Maar je kunt ook zeggen met Blaise Pascal: Christus lijdt tot aan het eind van de wereld, in alle anderen. Christus wordt opnieuw gekruisigd in de slachtoffers van onze dagen. Het gaat erom hoe je naar de dingen kijkt.’

Ds. Hans Uytenbogaardt,
met dank aan de schrijvers van de catalogus

Muziek, dat helpt

In Nederland is de Mattheüspassie van Bach buitengewoon populair. Veel oratoriumverenigingen nemen het werk in studie, er is zelfs een mee-zing Mattheüs en in de weken voor Pasen kan men in vele kerken en concertzalen een uitvoering van deze passie meemaken. Het curieuze is dat ondanks de ontkerkelijking en de secularisatie van de samenleving zoveel mensen deze uitvoeringen bezoeken, gelovigen en niet- gelovigen. Je kunt deze muziek van Bach blijkbaar op meerdere manieren beleven: als geloofsverdieping of als een moment van reflectie. Lees verder Muziek, dat helpt

Lent. How did it begin?

Lent is one of the oldest sacred periods in the Christian Calendar. All Christians know it from childhood although their experiences will be different depending on which denomination they belong to. The English word Lent comes from the old Anglo-Saxon ‘lenten’ meaning ‘spring season’ as its Dutch equivalent ‘lente’ still does today. Lent commemorates the forty days which, according to Matthew, Mark and Luke, Jesus spent reflecting and fasting in the desert. In Biblical times, ‘forty days’ was a figure of speech signifying a long time whereas ‘three days’ meant a short time. It’s similar to us saying today ‘see you in five minutes’. Lees verder Lent. How did it begin?

Het enige dat nodig is voor het zegevieren van het kwade is dat goede mensen niets doen

Met het afscheid van Barack Obama als president van de Verenigde Staten wordt ook afscheid genomen van een droom. Wat waren wij hoopvol, toen hij acht jaren geleden aantrad. ‘Yes we can!’, was zijn slogan. Obama hield ons een gedroomde wereld voor. Heeft hij het waargemaakt? Ik denk dat het enigszins is tegengevallen, al zullen we de komende jaren nog regelmatig terugverlangen naar de stijl en de boodschap van Obama. Lees verder Het enige dat nodig is voor het zegevieren van het kwade is dat goede mensen niets doen

What’s the recipe for a Happy Christmas?

i624-xmas-tree-18-11-16We all know the ‘ingredients’ of Christmas; Christmas Day, the Crib, carols, Santa Claus, reindeer, Christmas trees, the list is endless. But where did they all come from? Christmas Day was first celebrated in Rome in 354 AD. The Roman feast of the god Saturn was in December and involved eating, drinking and much jollity. When Christianity became the official religion under the Roman Emperor Constantine, many aspects of the ‘Saturnalia’ were absorbed into the Feast of the Nativity. Lees verder What’s the recipe for a Happy Christmas?

Het kind centraal

Het jonge stel was alweer langere tijd dakloos. Laten we hen voor de gelegenheid Jozef en Maria noemen. Ik ontmoette hen in de nachtopvang voor daklozen in Den Haag. Daar sliepen ze allebei, maar niet samen, want mannen en vrouwen slapen gescheiden en kamers voor stellen zijn er niet. Ze waren actief op zoek naar een woning of een kamer, maar zonder vast inkomen kan dat maanden tot jaren duren. En die tijd hadden ze niet, want Maria was zwanger en had nog een paar maanden te gaan. Intussen werd wel duidelijk dat ze niet zomaar in deze situatie terecht gekomen waren. Lees verder Het kind centraal