Het penninkje van de arme weduwe (Lucas 21: 1-4)

claartje_kruiffDe arme weduwe geeft het weinige dat ze nog heeft, haar laatste centen, weg. Zij deelt van haar leven, staat er in het Grieks.
Maar wat is hier de bedoeling, waarom doet deze vrouw dit, tegen beter weten in? Als ik alles deel wat ik heb, wat blijft er dan voor en van mij over? Dan moet ik eerst allerlei angsten en zekerheden loslaten. Want ik heb mijzelf in een comfortabele positie gemanoeuvreerd en een aantal veilige muren om mijzelf heen gemetseld. Daarin verschil ik niet van de rijken die geven van hun overvloed of van de Schriftgeleerden eerder uit het verhaal, die zich laten groeten en op een mooie plek zitten in de synagoge.
Ik stel mij voor als de arme weduwe en voel een andere ruimte. In dit verhaal wordt de wereld omgedraaid. De rijken zijn afhankelijk en slaaf van hun positie; van hun bezittingen en de erkenning van anderen. De arme, in mijn ogen aanvankelijk zielige vrouw, de afhankelijke, is de onafhankelijkste van allemaal. Zij heeft niets te verliezen en is vrij. Ze legt dat wat ze heeft op tafel ook al zijn het maar een paar centen: ik heb misschien niet veel te bieden, en het is ook niet altijd fraai, maar het heeft wel waarde.
Welke ruimte moet ik bewaken om vrij te blijven? Want ik ben die arme weduwe niet, maar ik kom haar in de spiegel soms wel tegen. Op momenten dat het niet om mij draait. Wanneer ik word opengebroken en mijn leven overvloeit in leven om mij heen. Het loslaten van mijn zekerheden voelt dan minder eng, alsof ik steeds minder te verliezen heb. Mijn hart gaat open, ik kan het leven omarmen of misschien wel omarmd worden door het leven. Voor even ben ik de arme weduwe. Rijker kan ik niet zijn.

Claartje Kruijff, voorganger van de Dominicuskerk in
Amsterdam en consulent van de Nederlandse Kerk in London