In Focus: Alie Touw

Elke twee maanden wordt voor Kerknieuws iemand geïnterviewd die op de een of andere manier betrokken is bij de Nederlandse Kerk. Deze keer een bijzonder interview van iemand die al eens eerder in deze rubriek is langs gekomen. Voor dit bijzondere jubileumnummer rond het getal 100 ging Bertjan van de Lagemaat in gesprek met onze voormalige kosteres Alie Touw die in september 100 jaar oud hoopt te worden. Een gesprek tussen twee geboren en getogen Arnhemmers die in Londen verzeild zijn geraakt.

  1. Kerknieuws bestaat honderd jaar. Dit belangrijke blad van de kerk voor de Nederlandse gemeenschap in en ver buiten Londen ontstond in een tijd dat mensen niet zomaar even op het vliegtuig stapten, de trein namen of de auto pakten. Er was bovendien amper telefoonverkeer laat staan internet. Hoe belangrijk zo’n Nederlands contactblad was, is nu nauwelijks voor te stellen. Hoe zag de wereld in uw jeugd eruit toen u nu bijna honderd jaar geleden ter wereld kwam? 

Ik ben geboren en opgegroeid in Arnhem als een na jongste van een groot gezin. Mijn moeder overleed toen ik nog jong was. Mijn vader moest hard werken om voor zijn gezin te zorgen. Eerst hield mijn oudere zus het gezin draaiende, maar toen zij ging trouwen, moest er een andere oplossing komen. De jongste vijf kinderen, waaronder ik, gingen naar het Nieuwe Weeshuis aan de Rijnkade in Arnhem. Omdat ik als kind altijd veel ziek was, was het eerst nog even de vraag of ik bij het weeshuis zou worden toegelaten, want ziekelijke kinderen waren niet welkom. Eigenlijk best een wonder dat dat meisje nu bijna honderd wordt. Het was niet altijd makkelijk in het weeshuis en je had soms ook heimwee. Alleen op zondagmiddag gingen we naar huis. Maar ik heb ook veel mooie herinneringen aan die tijd. Zoals aan het zingen in het jongerenkoor in de Eusebiuskerk, het schaatsen in de winter op de singels en zwemmen in Thialf.

  1. Dat echte Arnhemse meisje is niet in Arnhem gebleven, maar samen met haar man uitgevlogen, of liever gezegd de Noordzee overgestoken. Hoe is dat gegaan en hoe kijk je daar op terug?

Na de oorlog was het voor mijn man moeilijk om werk te vinden. Mijn man was chocolatier en was al een paar keer van baan veranderd. Op aanraden van mijn zwager, die al in Engeland woonde, zijn we naar Engeland verhuisd. In mijn familie was naar het buitenland vertrekken ook niet heel vreemd. Alle broers en zusters van mijn vader waren naar het buitenland gegaan. Mijn oom uit Zuid-Afrika kwam ieder jaar op bezoek in Arnhem. Wij gingen dus het avontuur aan in Engeland. In het begin was het niet altijd gemakkelijk. Ik had best veel last van heimwee en we verhuisden ook regelmatig. Via Cheltenham, Londen, Winchester, Woolaston en Redditch kwamen we uiteindelijk weer in Londen terecht. We kenden de voormalige kosters vanuit Redditch. Londen beviel hen niet, het was hen te druk. Ik had aanvankelijk ook zo mijn twijfels, maar mijn man was overtuigd dat het een goede stap zou zijn en we hebben uiteindelijk geen dag spijt gehad.

  1. Zo komen we als vanzelf op de vraag wat de Nederlandse Kerk voor u betekent?

De Nederlandse kerk is heel belangrijk voor mij. Zeker ook door de periode als kosteres. Vanaf het begin was het goed. We hadden niet meer de zorgen om de zaak. Dat was een hele opluchting. Ik genoot van het contact met de mensen. De bazaars, het Open Huis, het contact met de jongelui. Met sommige van hen heb ik nog steeds contact. De Nederlandse kerk heeft ook een hele fijne en open sfeer. We vonden het fijn dat het zo oecumenisch was. Protestant, katholiek, we geloven toch allemaal in dezelfde God.

  1. Als u daar zo over spreekt dan gaan uw ogen glinsteren. Veel goede herinneringen, maar er klinkt ook wel wat weemoed en heimwee in door. Klopt dat?

Ja, als je terugkijkt is het verbazingwekkend hoeveel je meemaakt in een mensenleven. Maar ik word natuurlijk ook bijna honderd. Er is veel moois om aan terug te denken. En ik ben trots en blij met mijn kinderen en kleinkinderen. Ik heb zelfs een achterkleinkind in Japan. Er zijn sowieso nog altijd veel lieve mensen die me opzoeken en helpen. Wat dat betreft is het allemaal goed. Maar als je bijna honderd bent, zijn er ook al heel veel mensen weg. Mijn man, mijn zwager, mijn zoon, alle broers en zussen. Dat is niet leuk. Ik zie elke dag als een gift, maar er is inderdaad ook een enorme heimwee.

Alie Touw werd geïnterviewd door Bertjan van de Lagemaat

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten