Verspijkerd en verzaagd

Onder deze titel presenteerde Het Noordbrabants Museum in ’s Hertogenbosch dit voorjaar een intrigerende tentoonstelling over het hergebruik van heiligenbeelden in de Nederlandse beeldhouwkunst. De gipsen heiligenbeelden die zo lang de kerken en de woningen van de Nederlandse rooms-katholieken hebben gesierd, maar in de afgelopen vijftig jaar in onbruik zijn geraakt en massaal zijn weggedaan, worden vanaf de jaren zestig door kunstenaars naar hun atelier gebracht en onder handen genomen. Wat doen ze er mee? Is het blasfemie of beeldhouwkunst, ramkoers of redding, ergernis of eerbetoon?

Onder de vele bijdragen aan de tentoonstelling neemt de Bosschenaar Jacques Frenken een exemplarische plaats in. Tot dan toe een bekende glazenier die gere-geld in opdracht van de kerk had gewerkt, neemt hij afgedankte heiligenbeelden mee naar zijn atelier. Daar worden zij verzaagd, doorboord, beplakt, geassembleerd. Zo creëert hij met de restanten van de neogotiek, de erfenis van de katholieke emanci-patie, een nieuwe beeldtaal met pop art-achtige elementen. Hij wordt erom be-schimpt, van blasfemie beschuldigd. Hij pareert: ‘Ik wist veel te goed wat die beelden betekenden. Als ik ze in brokken zaagde en de stukken tot nieuwe beelden rang-schikte, ontstond er vanzelf ook een andere betekenis. Zo bewerkte ik een Piëta (Ma-ria met de dode Jezus op haar schoot) met 365 spijkers. De smarten van Maria, alle dagen van het jaar dat zij de toekomst van haar Kind voorvoelt, dat soort vroom ge-praat – het werd ineens weer zichtbaar.’ Frenken heeft daarmee een diepere laag in de gipsen beelden aangeboord, een laag die katholieken in de jaren zestig, ortho-doxen en modernen, niet meer opmerkten.

De huidige bisschop van Den Bosch, dr. Gerard de Korte, reageert kenmerkend voor onze tijd: ‘Kunst mag heilzame verwarring stichten. Mensen mogen worden uitge-daagd. Sommige gelovigen zullen geschokt zijn door al die spijkers in de Piëta van Jacques Frenken. Maar je kunt ook zeggen met Blaise Pascal: Christus lijdt tot aan het eind van de wereld, in alle anderen. Christus wordt opnieuw gekruisigd in de slachtoffers van onze dagen. Het gaat erom hoe je naar de dingen kijkt.’

Ds. Hans Uytenbogaardt,
met dank aan de schrijvers van de catalogus