Hoop die niet sterven wil

Wat is het dit jaar lastig om iets opwekkends te schrijven over Pasen, nu er een vreselijke oorlog aan de oostgrens van Europa woedt. Een al te triomfantelijke toon voelt op dit moment als niet gepast. Maar hoe kun je in deze donkere tijd dan wel hoop en geloof houden dat het goed komt? Dat het weer Pasen wordt? Dat was de vraag die mijn dochter Brecht mij stelde in de auto op weg naar huis, nadat ze het met godsdienstles op school over Pasen had gehad.

Verhalen van hoop.

Over het antwoord moest ik heel even nadenken. ‘Door te bidden,’ begon ik, ‘maar misschien nog wel meer door verhalen te vertellen’. Verhalen van hoop die ons vertellen dat hoop nooit sterven wil. Verhalen die al eeuwen en eeuwen worden doorverteld. Verhalen over de Farao van Egypte en Mozes, de verhalen van Haman en koningin Esther en het verhaal van Jezus. Verhalen over machthebbers die angst zaaien en die uit zijn op de vernietiging van een ander volk. Maar met angst krijg je een volk niet klein. Zolang mensen elkaar verhalen blijven vertellen van hoop die niet sterven wil!

De legende van de Sleedoorn.

Een paar dagen later liep ik, op weg naar het station, langs een haag van sleedoorn die in een paar dagen tijd in bloei was geschoten, een zee van witte bloesem op dood hout. Daardoor herinnerde ik me een klein verhaal van hoop die ik voor mijn godsdienstlessen gebruikte toen ik zelf lesgaf, een oude paaslegende:

Lang geleden, in het oude Juda, stond de sleedoorn langs de kant van de weg. Vanwege zijn gemene doornen was deze struik niet geliefd. De Romeinse soldaat die takken met doornen moest verzamelen voor de doornenkroon, kende de sleedoorn. Zijn doornen waren langer dan die van de roos en de braam. Voorzichtig, vlocht hij van de takken een kroon. Daarmee liep hij naar zijn kameraden, die zich om Jezus vermaakten. ‘Hier is een kroon voor die koning Jezus!’ De soldaten drukten de kroon lachend op zijn hoofd. Bloed liep uit de wonden. Ach, het lijden van die koning zou niet lang duren. Zijn kruis lag al klaar.

Enige dagen daarna gingen er geruchten over een leeg graf. Jezus zou zijn opgestaan. Op een stille avond liep Jezus langs de weg waar de sleedoorn stond. De sleedoorn wist dat de kroon die Jezus had gekweld, was gevlochten van zijn takken en doornen. De sleedoorn schaamde zich. Toen Jezus langs hem liep, fluisterde hij dat het hem speet. Jezus stond stil en schonk hem een gulle lach. ‘Ik weet het, jij was het niet die mij pijnigde. Het waren mensen. Omdat jij meer barmhartigheid toont dan menig mens, zal ik je een geschenk geven. Je zult niet meer bekend staan om je doornen, maar om de prachtige witte bloesem die vanaf nu elk voorjaar aan jouw takken zal bloeien.’

Op weg naar Pasen.

Als ik nu, nadat ik ’s-ochtends eerst op het nieuws heb gezien hoe de oorlog voortduurt, langs de sleedoorn loop op weg naar de trein, kijk ik naar de prachtige witte bloesem die ook dit voorjaar op dood hout is gaan bloeien. Dat geeft mij hoop en moed. Pasen is het feest van hoop die niet sterven wil.

Ds. Bertjan van de Lagemaat

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten