In Focus: Sonja Proctor

Sonja ProctorElke twee maanden wordt voor Kerknieuws iemand geïnterviewd die op de één of andere manier betrokken is bij de Nederlandse Gemeenschap in Londen. Deze keer is Sonja Proctor geïnterviewd. Sonja Proctor is de voorzitter van de Cirkel die dit jaar haar 100-jarig bestaan viert.

1.Waar kom je vandaan en hoe ben je in Londen terecht gekomen?
Ik ben geboren in Nederlands Indië. Mijn moeder was Hollands en mijn vader was Russisch. Hij ontvluchtte Rusland als jonge jongen, omdat hij niet in het Russische leger wilde vechten. Op zijn vlucht redde hij twee Britse officieren en kwam vanwege die daad in aanmerking voor het Victoria Cross. De officieren betaalden zijn opleiding. Hij mocht gaan studeren in Parijs en later in Nancy. Opgeleid als ingenieur, kreeg hij werk in Holland en leerde mijn moeder kennen. Voor de Bataafse Petroleum maatschappij ging hij naar Indië. Om mijn moeder ook naar Indië te krijgen, zijn ze met de handschoen getrouwd. We woonden eerst op Sumatra en daarna op Java. Mijn moeder overleed toen ik bijna zes was. Ik werd opgevoed door drie hele lieve nanny’s. In 1938 hertrouwde mijn vader met mijn tweede moeder. Na een korte periode terug in Holland gingen we naar Borneo en zijn daar gebleven tot 1942. Mijn vader heb ik na het uitbreken van de oorlog nooit meer gezien. Hij overleefde de oorlog niet. Voor ons volgde vier jaar gevangenschap in kampen. In 1946 kwam ik met mijn moeder naar Holland met Juliana aan de kade. Zij was een fantastische koningin. Wij werden voor een rijsttafel door haar uitgenodigd op paleis het Loo. Iedereen zat op de vloer, zelfs Juliana. Ik werd in Nederland onderwijzeres en kwam via een uitwisseling naar Engeland. Hier ontmoette ik mijn man in 1948. In 1954 trouwden we in Den Haag en kochten het huis in Ilford, waar ik nog altijd woon.

2.Wat betekent de Nederlandse Kerk hier in Londen voor je?
Toen ik klein was had ik drie nanny’s. Een was boeddhist, een moslim en een hindu. In de Jappenkampen waren we samen met Rooms-katholieke nonnen, mensen van het Leger des Heils, protestanten en Joodse mensen. Ik heb geleerd dat het bij geloof vooral gaat om wat je samenbindt en wat je van elkaar kunt leren. Hier in Engeland ging ik naar de lokale Church of England. In een kliniek hier in de buurt ontmoette ik Titia Ives. Zij heeft mij geïntroduceerd bij de Cirkel. Ans Vogel was in die tijd de dominee. Zij was ook in Indië geweest en snapte mijn situatie. In de kerk zelf kwam ik niet zo vaak, omdat ik actief betrokken was en ben bij de lokale kerk.

3.De Cirkel bestaat dit jaar 100 jaar. Wat voor veranderingen heb je gezien in de Cirkel in de afgelopen jaren en hoe zie je de toekomst?
In de tijd dat ik bij de Cirkel kwam, begon de Cirkel altijd met gebed en er mochten absoluut geen mannen bij. We waren heel actief en gingen er iedere maand op uit. We waren toen ook veel jonger. Inmiddels is er veel veranderd. Toen ik een aantal jaar geleden voorzitter werd, zei ik: waarom brengen jullie je mannen niet mee. Dat vond men eerst gek, maar nu is het opener geworden. De Cirkel is bedoeld om mensen samen te brengen. Iedereen is welkom. Het is goed dat er nieuwe mensen bijkomen.

4.In mei staan we stil bij 75 jaar bevrijding en vrijheid. De ervaring van oorlog en bevrijding wordt in Nederland anders beleeft dan in het Verenigd Koninkrijk. Maar in Nederlands Indië was het weer heel anders. Hoe kijk je daarnaar?
In Indië was er geen bevrijding en bevrijdingstijd. Na mei 1945 zaten we nog lang in het kamp. Voor ons duurde de oorlog en ellende voort. We wisten dat de oorlog voorbij was door pamfletten die vanuit de vliegtuigen werden gegooid: ‘The war is over’. Maar wij konden toen nog niet uit het kamp weg. Na de bevrijding was er geen feest. Er volgde een lange reis per boot, letterlijk door mijnenvelden. We gingen eerst naar Southampton en vandaar naar Holland. Eerst woonden we bij een tante in Leiden. Ze nam maar liefst 24 mensen op. Op school gooiden ze van alles naar je toe. We waren niet welkom. Als we naar school gingen liep een grote neef voor en één achter als bescherming. In die tijd zei ik weleens tegen mijn moeder: ‘Waren we maar in Indië gebleven’. Na drie jaar kregen we een flat in Den Haag. Een plek voor onszelf. Daar was het gelukkig veel beter voor ons.

Sonja Proctor werd geïnterviewd door Bertjan van de Lagemaat

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten